Scania zet in op ethanol als alternatieve brandstof
Woensdag 2 juli, werd in Den Haag in aanwezigheid van Minister Jacqueline Cramer van VROM de eerste Scania ethanol truck van Europa officieel overhandigd aan de directie van Rotra Forwarding B.V. uit Doesburg. Daarmee zet Scania in op ethanol als alternatieve brandstof met toekomst. Recent wijdde ze er zelfs een uitvoerige persconferentie aan, waar de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven vanuit de Scania-optiek op een rijtje werden gezet, en haar keuze voor ethanol werd onderbouwd.
Wachten op tweede generatie biobrandstoffen Voor Scania is het kiezen voor alternatieven vooral een lokale keuze, waarbij haar keuze voor ethanol wordt bepaald door de aanwezigheid biologische restproducten, die te gebruiken zouden zijn voor de productie van ethanol. In Scandinavië bestaan die restproducten voornamelijk uit afval van de houtindustrie, dat om te zetten zijn in ethanol. Probleem is alleen dat in een flink deel van de rest van de wereld ethanol op dit moment nog wordt geproduceerd uit grondstoffen die uit de voedselketen komen. De inzet op ethanol en daarmee vergelijkbare brandstoffen levert op dit moment vooral een dramatische verhoging van de voedselprijzen op. Het is een bijverschijnsel dat mogelijk wel verdwijnt zodra er is overgeschakeld van de eerste generatie hernieuwbare brandstoffen naar de tweede generatie, die vooral wordt geproduceerd uit biologische materialen die niet bestemd zijn voor consumptie. Tot nu toe levert het toch een beetje een bedenkelijk imago op voor ethanol, ook al komt het ethanol dat in Zweden wordt gebruikt voor voertuigen met dit soort motoren, voor het grootste deel uit de bosbouw, waar ze sowieso al geen raad wisten met het afval uit deze bedrijfstak. Voor Zweden is de keuze voor ethanol dan ook een welkome oplossing voor dit probleem.
Maar voor veel landen is het beeld toch wat anders. Wordt daar op grote schaal op ethanol als motorbrandstof overgeschakeld, dan bestaat er het gevaar dat mobiliteit de concurrentie aangaat met de voedselvoorziening in de jacht naar grondstoffen. En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn van een keuze voor een biobrandstof zoals ethanol. Bij Scania onderkennen ze overigens dat probleem, maar ze zien het vooral als iets tijdelijks, met name omdat er in een aantal landen inmiddels projecten van de grond komen met het telen van grondstoffen speciaal voor biobrandstoffen, die niet in de voedselketen thuishoren, omdat ze oneetbaar zijn. Op termijn moeten biobrandstoffen op basis van deze grondstoffen de huidige eerste generatie biobrandstoffen grotendeels aflossen. Bij Scania hebben ze er alle vertrouwen in dat die omschakeling binnen enkele jaren van de grond komt.
Als dieselmotoren Dat ze ethanol nu al sterk promoten heeft twee redenen: Scania heeft al een lange ervaring met deze brandstof, en heeft de motoren ervoor min of meer kant-en-klaar. De eerste ethanol-motoren produceerden ze zo'n twintig jaar geleden al in Brazilië. Tweede belangrijke reden is dat ze op een wereldmarkt, die langzaam overschakelt van een mobiliteit die puur is gebaseerd op fossiele brandstoffen naar een mobiliteit op basis van een aantal alternatieven, naast deze fossiele brandstoffen graag de eerste wil zijn met ethanol. Bij Scania zijn ze al decennia lang erg sterk in het focussen op bepaalde ideeën, die ze met veel inzet verder ontwikkelen omdat ze er toekomst in zien. Ethanol als alternatieve brandstof is één van die ideeën.
Het grote voordeel van ethanol is dat je niet al te veel hoeft te veranderen aan motoren om ze op deze brandstof te laten lopen. Belangrijkste wijziging is een verhoogde compressieverhouding van 19:1 naar 28:1 die ze toepassen in hun ethanol motoren. Overigens is het aanbod aan motoren beperkt, de negenliter motor is de enige die verkrijgbaar is in een ethanol-uitvoering. De ratio daarachter is voor de hand liggend: alternatieve brandstoffen gebruik je vooral in distributievoertuigen, stadsbussen en voertuigen die voornamelijk worden ingezet binnen de bebouwde kom. Dat soort voertuigen is bij Scania doorgaans geconcipieerd rond de negenliter motor. De ethanol motoren van Scania lopen niet op de E-brandstoffen zoals die verkrijgbaar worden bij tankstations; ze hebben een speciale ethanol nodig die voor 95 procent bestaat uit ethanol en voor 5 procent uit een ontstekingsverbeteraar. Er is dus een aparte infrastructuur voor nodig om Scania ethanol motoren van brandstof te voorzien. Bij het openbaar vervoerbedrijf van Stockholm was te zien wat het effect daarvan is: een afzonderlijk tankstation voor de bussen met ethanolmotoren. Als potentiële klant ben je er dus niet met een simpele keuze voor ethanol als alternatief, je zult je ook moeten verdiepen in die infrastructuur en de levering van de brandstof. Scania kan daarin ook een handje helpen, in feite zijn ze in staat om een totaalpakket aan te bieden van ethanolvoertuigen en alle voorzieningen en faciliteiten eromheen.
Eén van de problemen waar je als vervoerder mee geconfronteerd wordt, is de energiedichtheid van ethanol. In feite is de calorische waarde van ethanol aanzienlijk minder dan van benzine of diesel, er is ongeveer zestig procent meer ethanol nodig om uit deze alternatieve motor dezelfde prestaties te halen als uit een dieselmotor, als de praktijkcijfers van het Stockholmse openbaar vervoerbedrijf kloppen. Daar hebben de ethanolbussen ongeveer tachtig liter brandstof per 100 kilometer nodig, tegen de dieselbussen zo'n vijftig liter. Daar staat tegenover dat een ethanolmotor zo'n 90 procent minder CO<->2 uitstoot.
Intensiever onderhoud Trucks en bussen met ethanolmotoren hebben wat meer onderhoud nodig dan dieselversies. De motorolie dient iedere 10.000 kilometer te worden ververst, zodat de totale exploitatiekosten waarschijnlijk hoger liggen dan bij conventionele voertuigen. Niettemin geloven ze bij Scania heilig in ethanol als schoon alternatief. Mogelijk dat op basis van komende ervaringscijfers het onderhoudsschema op termijn aangepast kan worden, want Scania kan haar ethanol motoren inmiddels leveren in stadsbussen, in distributietrucks en in huisvuilchassis. In Zweden maar ook daarbuiten is er belangstelling voor, met name de stadsbussen zullen de komende jaren operationeel worden in een aantal steden in Zweden en daarbuiten. Als er in Europa meer vervoerders zoals Rotra zijn, die een experiment met een nieuwe brandstof aandurven, moet er ook vanuit die hoek op termijn een schat aan ervaringsgegevens loskomen die het beeld rond ethanol als motorbrandstof mogelijk wat bijstellen.
Ander interessant experiment is een bus met een ethanol-elektrische hybride aandrijving, waar Scania op dit moment aan werkt en die het ethanolverbruik met dertig procent omlaag moet brengen. Maar niet alleen rond de alternatieve brandstoffen is er sprake van interessant ontwikkelingen bij Scania, dit Zweedse merk ontvouwde recent nog meer plannen. Zo wil ze sterk groeien in het bouwvervoer. Met maar liefst 50 procent, is de doelstelling. En liefst op redelijk korte termijn, als het kan. Vorig jaar verkocht Scania wereldwijd 12.000 bouwvoertuigen, in 2010 moeten dat er 18.000 zijn. Een ambitieuze doelstelling, die een beetje aangeeft dat er bij Scania sprake is van een nieuw elan. De overnamepogingen van MAN zijn van de baan, Scania is in de veilige schoot van Volkswagen beland en krijgt daar de ruimte om nieuwe doelstellingen te formuleren – bijvoorbeeld met 50 procent groeien in het bouwsegment.
Voor Martin Winterkorn, de baas van Volkswagen en daarmee ook de nieuwe 'supervisor' bij Scania, is het duidelijk: Scania is volgens hem een premiummerk. Een merk dat de ruimte verdient om zich verder te ontwikkelen. Leif Östling, de hoogste baas van Scania, heeft de signalen begrepen. Hij blijft nog vier jaar en maakt van ruggensteun van Volkswagen gebruik om ambitieuze toekomstplannen te formuleren. Bijvoorbeeld de geplande groei in het bouwsegment.
Complete voertuigen Reden voor Scania om zich te profileren als merk voor de bouw is het feit dat er wereldwijd intensief gebouwd wordt. Oost-Europa is bij wijze van spreken één grote bouwput en ook in Azië wordt op grote schaal gebouwd als neveneffect van de economische groei daar. Voor Scania is dat een reden om zich in die markten nadrukkelijker te richten op het aanbieden van complete voertuigen en uitgebreide service-ondersteuning voor het bouwvervoer, omdat daar vraag naar is in die gebieden. Met producten die in elk geval in het wegvervoer bekend staan om hun enorme duurzaamheid en sterkte en een wereldwijd verkoop- en service-netwerk, heeft Scania maar eigen inzicht in elk geval een stevige basis in huis.
De Zweedse truckfabrikant heeft deze strategie op een aantal andere markten al met succes toegepast door daar de krachten te bundelen met toonaangevende spelers in de bouw- en mijnbouwsector. Larsen & Toubro in India en United Tractors in Indonesië hebben hun brede aanbod aan bouwmachines en diensten inmiddels uitgebreid met Scania heavy-duty bouwvoertuigen. Ook de samenwerking met Vinacomin, een staatsbedrijf dat alle mijnen in Vietnam exploiteert, vormt een nieuwe springplank voor verdere groei. Voertuigkopers in dat deel van de wereld zijn het gewend om complete, inzetklare voertuigen te kopen in plaats van chassis die ze vervolgens zelf laten opbouwen. Voor Scania betekende dat overschakelen op een andere tactiek. In samenwerking met lokale specialisten biedt ze complete kippers en mixers aan. Interessant detail: op kippergebied wordt er in een aantal landen samengewerkt met Hyva, dat in een aantal van deze landen inmiddels ook actief is. Het aanbieden van complete turnkey bouwvoertuigen via het Scania-netwerk blijft overigens niet beperkt tot de markten in Azië en Oost-Europa, ook in ons deel van Europa wordt eraan gewerkt om complete voertuigen aan te bieden. Alleen ligt het initiatief hier bij de lokale importeurs, omdat zij het beste weten wat hun klanten nodig hebben.
Los van wat aanpassingen een bestaande chassis had Scania op voertuiggebeid weinig nieuws te melden tijdens dit evenement. Vooral bestemd voor het bouwvervoer is de G-serie, het universele model binnen het Scania programma. Maar ook de R- en de P-serie kunnen gespecificeerd worden voor het bouwvervoer. De Scania bouwvoertuigen kunnen inmiddels allemaal geleverd worden met de Opticruise gerobotiseerde versnellingsbak, eventueel uit te breiden met Launch Control, een elektronisch regelsysteem dat het toerental onder controle houdt bij het wegrijden.
|