Rentabiliteit wegvervoer fors achteruit
2009 was een dramatisch jaar voor de transport- en logistiekbedrijven in het beroepsgoederenvervoer over de weg. De vooruitzichten zijn tot nu toe ook weinig positief. Door de sterk verminderde bedrijvigheid in 2009 als gevolg van de economische crisis, is er een forse achteruitgang geboekt van de rentabiliteit bij de transport- en logistiekbedrijven actief in het beroepsgoederenvervoer over de weg. De gemiddelde rentabiliteit in het binnenlands vervoer in 2009 komt uit op -2,4%. In 2008 was dit -0,4%. In het grensoverschrijdend vervoer was de achteruitgang van de rendementen forser. Gemiddeld behaalden deze bedrijven een dramatisch rendement van -5,7% (was in 2008: -3,3%) Dit blijkt uit onderzoek van NEA in opdracht van de NIWO.
Onder de rentabiliteitsnorm
De rentabiliteit is gedefinieerd als het netto-overschot in procenten van de gerealiseerde opbrengst. Deze definitie is in de loop der jaren gemeengoed geworden in de branche. De door NEA gehanteerde rentabiliteitsnorm van 5% voor een gezonde bedrijfsvoering wordt in 2009 gemiddeld genomen door de ondernemingen niet meer gehaald. Het gemiddeld hoogste rendement (2,7%) werd in 2009 behaald door de grote (binnenlandse)bedrijven. Het gemiddeld positieve rendement bij de grote bedrijven is voornamelijk te danken aan het rendement dat behaald wordt op andere aan transport gerelateerde logistieke activiteiten.
Vrachtprijzen onder druk
Door de afname van het vervoervolume in 2009 zijn de vrachtprijzen sterk onder druk gezet. In het 1e kwartaal 2010 is er een licht herstel waarneembaar van het vervoervolume. De noodzakelijke verhoging van de vrachtprijzen blijft hier echter bij achter. Op termijn is de verwachting dat als de toename van het vervoervolume zich doorzet, dat ook de vrachtprijzen omhoog gaan waardoor de huidige slechte rentabiliteitspositie zal verbeteren. Voor 2010 wordt, op basis van het eerste kwartaal 2010, in het binnenlands vervoer een rentabiliteit geraamd van -2,6% en voor het grensoverschrijdend vervoer -6,0%.
Verslechtering solvabiliteit vervoerbedrijven
De solvabiliteit (verhouding eigen vermogen ten opzichte van totaal vermogen) daalde in 2009 ten opzichte van 2008. De gemiddelde solvabiliteit bij de onderzochte binnenlandse vervoerbedrijven was in 2009 28,4% (2008: 29,7%). Bij de bedrijven die overwegend actief zijn in het grensoverschrijdend vervoer, was de gemiddelde solvabiliteit in 2009 18,4% (2008: 20,5%). Wederom dus een verslechtering van de eigen vermogenspositie.
Truckverkoop 2011 ruim 30 procent in de plus In 2011 zijn er in Nederland 13.291 nieuwe trucks geregistreerd. Dat is 30,7 procent meer dan in 2010, toen er 10.171 nieuwe vrachtwagens een kenteken kregen. Dat blijkt uit definitieve cijfers van BOVAG, RAI Vereniging en RDC. Desondanks heerst er geen optimisme in de branche.
De registratiecijfers van nieuwe trucks vertonen de laatste zes jaar een grillig verloop. Daarom is een stijging van 30 procent geen reden tot euforie. Tijdelijke subsidieregelingen hebben gezorgd voor pieken in 2006 en 2008 (in beide jaren werden er bijna 20.000 nieuwe vrachtwagens geregistreerd). De economische recessie was met name in 2010 goed zichtbaar in de aantallen, het aantal nieuwe trucks kwam in dat jaar amper boven de 10.000 uit.
Aad Verkade, manager BOVAG Truckdealers, legt uit: ‘Bedenk bovendien dat een truck een lange levertijd kent. Tussen het moment van bestellen en de daadwerkelijke aflevering, en dus registratie, kan wel een jaar liggen. Registraties van nu zijn dus trucks die al lang geleden verkocht zijn. Kijken we naar de orderintake van het laatste jaar, en dus de verwachte afleveringen voor de komende tijd, dan zet de stijging van 2011 niet door.’
Jeroen van de Braak, adjunct secretaris afdeling Auto’s van RAI Vereniging, vult aan: ‘De registratie van nieuwe trucks heeft in Nederland vanaf medio 2010 een flink herstel laten zien. Nu de meest dringende investeringen hebben plaatsgevonden, is de vraag of dit herstel bestendig is. De markt toont zich overwegend afwachtend en vertaalt dit in stabilisatie. Technologische vooruitgang van met name duurzame innovaties en een zich aandienende nieuwe vervangingsgolf bieden een positief perspectief.’