Speciale expositie in Porsche museum met zeldzame Kever-prototypes
Op 22 juni 1934, nu 75 jaar geleden, kreeg 'Dr. Ing. h.c. F. Porsche GmbH, Konstruktionen und Beratung für Motoren- und Fahrzeugbau' het groene licht van de toenmalige Duitse rijksassociatie der automobielindustrie om de Volkswagen te ontwikkelen en te bouwen.
In die economisch moeilijke dertiger jaren ontwikkelden diverse autobouwers plannen voor de bouw van een goedkope auto voor de grote massa, waaronder Ferdinand Porsche, die toen al niet minder dan zeven ontwerpen had gemaakt voor diverse fabrikanten. Zijn studie voor een kleine volksauto, die later bekend werd onder de koosnaam Kever, werd door het Rijksministerie van Transport gekozen. Tussen 1934 en 1938 werden diverse prototypes gebouwd. De eerste werd op 3 juli 1935 door Porsche voorgesteld onder de naam V1 (met de 'V' van Versuchswagen ofwel testauto). De V2, die in december van dat jaar gereed kwam, was een studiemodel voor een cabriolet. In 1937 werd een serie van dertig prototypes gemaakt, de 'VW30', die in totaal meer dan 2,4 miljoen testkilometers aflegden. Nog een jaar later was de 'VW38' aan de beurt om getest te worden. Dat model week nog nauwelijks af van de latere productieauto.
De Volkswagen had een prijs van slechts 990 Reichsmark en was daardoor betaalbaar voor de gemiddelde Duitse consument. Potentiële kopers konden wekelijks vijf Reichsmark sparen voor de auto, die inmiddels door de machthebbers in Duitsland KdF-Wagen was gedoopt, waarbij KdF verwijst naar de Kraft durch Freude-organisatie onder het Duitse bewind. Door de oorlog kwam echter niemand van de 340.000 spaarders toe aan het volmaken van de spaarkaart; geen enkele Volkswagen ging uiteindelijk naar een particulier. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Porsche militaire varianten van de Volkswagen, waaronder de jeep-achtige Kübelwagen, de amfibische Schwimmwagen en de vierwielaangedreven Kommandeurwagen. Ook werkte Porsche aan een speciale Volkswagen voor de race Berlijn-Rome, die vanwege de oorlog echter nooit plaatsvond. Kort na de oorlog startte de productie van de civiele KdF-Wagen, die toen officieel Volkswagen heette, in de gedeeltelijk verwoeste fabriek in Wolfsburg. Het laatste Kever-exemplaar liep in juli 2003 in Mexico van de band. Met 21,5 miljoen exemplaren is de Volkswagen Kever een van de meest geproduceerde auto's aller tijden.
Om het grote publiek de kans te geven de totstandkoming van de auto, compleet met unieke tijdsbeelden en prototypes, te aanschouwen is er in het Porsche Museum tot 31 juli a.s. een speciale tentoonstelling. Hier zijn originele foto's en vele documenten te zien uit het historisch archief van Porsche, evenals het VW38 prototype dat door Ferdinand Porsche zelf werd gebruikt voor onder meer zakentrips. Een andere zeldzaamheid is een prototype van een Volkswagen Kever met dieselmotor, die door Porsche in het begin van de jaren vijftig is ontwikkeld.
U vindt het Porsche Museum aan de Porscheplatz 1, D–70435 Stuttgart-Zuffenhausen. De openingstijden zijn van dinsdag tot en met zondag van 09:00 tot 18:00 uur. Een toegangskaart kost € 8,- en kinderen tot 4 jaar zijn gratis.
|